Veel mensen denken pas na over evacuatie wanneer er al paniek ontstaat. Maar juist een eenvoudig en duidelijk plan zorgt ervoor dat iedereen in je gezin weet wat hij moet doen wanneer elke seconde telt. Of het nu gaat om brand, overstroming, gaslekken of een noodsituatie: een persoonlijk evacuatieplan maakt het verschil tussen chaos en duidelijke stappen.
Het goede nieuws? Je hebt geen uren of dure middelen nodig om zo’n plan te maken. Met een half uur gericht werk kun je al een basis leggen die jouw gezin veiliger maakt. Hieronder lees je hoe je dit stap voor stap aanpakt.
1. Bepaal de mogelijke risico’s in en rondom je woning (5 minuten)
Een goed evacuatieplan begint met inzicht in de grootste risico’s. Niet elk huishouden heeft dezelfde dreigingen. Denk aan:
- Woon je in een gebied met overstromingsrisico?
- Heb je een woning met meerdere verdiepingen, waardoor brandroutes belangrijk zijn?
- Staat er industrie in de buurt waar chemische incidenten kunnen plaatsvinden?
- Is jouw wijk gevoelig voor stroomstoringen of gaslekken?
Schrijf de belangrijkste risico’s kort op. Je plan hoeft niet alle scenario’s te omvatten, maar focust op situaties waarin je snel je huis moet verlaten.
2. Kies twee vaste verzamelplekken (5 minuten)
Een van de grootste problemen tijdens een evacuatie is het uit elkaar raken. Daarom kies je twee duidelijke verzamelpunten:
A. Een plek vlakbij huis
Denk aan een stoep, een lantaarnpaal of een tuin van een buur die iedereen kent. Deze gebruik je bij brand of instortingsgevaar, wanneer je het huis direct moet verlaten.
B. Een plek verder weg
Handig voor situaties waarin je wijk mogelijk onveilig wordt, zoals bij overstroming of rookontwikkeling. Dit kan een parkeerplaats, schoolplein of park zijn.
Communiceer deze plekken helder met je gezin. Schrijf de locaties ook op in je plan.
3. Stel een rolverdeling vast (5 minuten)
Tijdens een noodsituatie neemt stress vaak de overhand. Rollen zorgen voor rust, duidelijkheid en voorspelbare acties. Verdeel onderling:
- Wie neemt het noodpakket mee?
- Wie controleert dat kinderen of huisdieren bij de groep blijven?
- Wie zet de hoofdschakelaar voor gas/elektra uit, indien veilig?
- Wie neemt medicatie of belangrijke documenten mee?
Bij jonge kinderen vervallen taken uiteraard bij de volwassenen. Houd het realistisch, simpel en uitvoerbaar.
4. Maak een snelle checklist met belangrijke spullen (5 minuten)
Een evacuatie betekent dat je vaak binnen enkele minuten, soms seconden moet vertrekken. Daarom is het belangrijk dat je van tevoren weet wat je altijd wilt meenemen. Voorbeelden:
- Noodpakket
- Medicatie
- Identiteitsbewijzen
- Telefoons en powerbank
- Waterfles en basisvoeding
- Sleutels
- Contant geld
- Huisdierbenodigdheden (riem, kattenmand, voer)
Bewaar deze spullen zoveel mogelijk op vaste plaatsen en zet in je plan concreet waar ze liggen. Hoe minder je hoeft te zoeken, hoe sneller je weg bent.
5. Bepaal de snelste en veiligste vluchtroutes (5 minuten)
Elke woning heeft meerdere manieren om naar buiten te komen. Loop ze door en noteer:
- De kortste route bij brand
- Alternatieve route als een deur geblokkeerd is
- Ramen die als nooduitgang kunnen dienen
- Waar brandblussers en rookmelders hangen
Woon je in een appartement? Voeg toe:
- Welke trappen je gebruikt (nooit de lift)
- Waar de nooduitgangen zich bevinden
- Welke route je loopt naar het eerste verzamelpunt
Visualiseer deze routes samen. Kleine kinderen onthouden het beter wanneer je het samen oefent.
6. Maak een communicatieplan (3 minuten)
In stressvolle situaties werken telefoons niet altijd goed. Spreek daarom af:
- Wie je als eerste probeert te bellen (bijv. familielid buiten de regio)
- Hoe je elkaar bereikt als mobiele netwerken overbelast zijn
- Wat te doen als iemand alleen thuis is tijdens een evacuatie
- Hoe je gezin communiceert als jullie bij elkaar weg raken
Zorg dat iedereen belangrijke telefoonnummers geschreven heeft, niet alleen in de mobiele telefoon.
7. Oefen het plan kort met het gezin (2 minuten)
Je hoeft geen grote simulatie te doen; zelfs een korte herhaling zorgt ervoor dat iedereen het plan beter onthoudt. Bespreek:
- Wat het eerste verzamelpunt is
- Welke spullen belangrijk zijn
- Hoe je de woning verlaat
Kleine oefeningen, bijvoorbeeld maandelijks, houden het plan levend.